Fietsen op zee. Naar Santiago en toen verder

91

Zolang er mensen naar Santiago vertrekken, verschijnen er boeken over de reis en smullen lezers van de verhalen over afzien, eenzaamheid, snurkende medepelgrims, schimmelige douchevloeren en, vooral, bijzondere ontmoetingen en saamhorigheid. Ook ik ben zo’n gretige lezer, al droom ik (vanwege die snurkers) zelf vooral van de eenzaamheid van het Engelse Kustpad of de Portugese Rota Vicentina.

Onlangs verscheen het boek van Marten Horjus, een “vrolijke ex-gereformeerde jongen van 57”, zoals hij zichzelf voorstelt. Op 1 april vertrekt zijn alter ego René Agema uit Monnickendam en hij geeft zichzelf twee maanden de tijd om Santiago per fiets te bereiken. Een nuchtere Noord-Hollander: gewichtige redenen om op reis te gaan heeft hij niet. Hoewel, zijn vader stierf op 57-jarige leeftijd en hij is nu zelf net zo oud.

Al na een kilometer komt zijn vader naast hem fietsen en ontspint zich een gesprek. De volgende ochtend verschijnt ook zijn gestorven moeder ten tonele, in de persoon van een zorgzame hotelmedewerkster. De gesprekken zijn grappig. Is er seks in de hemel, hebben zijn ouders elkaar daar herkend?

Intussen worstelt René zich zuidwaarts, met hier en daar een pijntje, af en toe een medefietser en veel tijd om na te denken en te tekenen. Vanaf de Pyreneeën verandert de sfeer. Zijn ouders raken wat op de achtergrond, hij ontmoet andere pelgrims, laaft zich aan de ontmoetingen maar slaat ook op de vlucht voor de soms lange levensverhalen, te aanwezige Duitsers en het gebrek aan privacy. En dan volgt de ontlading na de aankomst in Santiago.

Is dit het zoveelste egodocument over de camino? Nee, het is een mix van roman en reisverhaal, herkenbaar voor iedereen die een dierbare verloor en hem/haar in leeftijd voorbij gaat, leuke bespiegelingen over taal (zoals de discrepantie tussen aandacht en aandenken), mooi geïllustreerd met de tekeningen die de schrijver onderweg maakte. Maar ook zeker inspirerend voor toekomstige pelgrims!
Uitgeverij Elmar, 2016