Heuvelbossen en rivierdalen rijgen zich aaneen in de ooit zo roerige Voerstreek. Tegenwoordig is deze Vlaamse enclave in Franstalig België een vredige plek met fraai gelegen dorpen, snelstromende riviertjes en een bijzonder culinair aanbod. En dat alles op een steenworp afstand van de Nederlandse grens. Tijdens de OnTrack-wandeling Franse Slag maken we op verrassende wijze kennis met onze zuiderburen.
De Voerstreek is een Vlaamse enclave in de provincie Luik, waar zo'n 25 jaar geleden een hevige taalstrijd woedde. Deze was zo heftig dat ze de Belgische staat op zijn grondvesten deed schudden. Inmiddels is de rust weergekeerd en tracht Voeren een graantje mee te pikken van de toeristische welvaart van Zuid-Limburg. De benodigde ingrediënten als horeca, logeeradressen en een netwerk aan wandel- en fietspaden zijn voorhanden. Met één belangrijk verschil: het is er betrekkelijk rustig. De wandelaar waant zich er soms alleen op de wereld.
Wij verkennen de Voerstreek met de On Track-wandeling Franse Slag, een echte kuitenbijter van naar wens 16 of 12 kilometer. Vertrekpunt is de kerk van Noorbeek. Het is een mooie weekenddag en op het kerkplein kruisen wandelaars vanuit alle richtingen elkaars pad. Als wij het dorp in zuidelijke richting verlaten, is het echter al snel rustig op de route. Tussen weilanden klimmen we naar het plateau, waar we de grens overgaan. We passeren een wegkruis dat, aldus de routebeschrijvers, voorlopig de laatste Nederlandse tekst bevat. Dat vinden we wel wat overdreven. De Voerstreek is immers Nederlandstalig (en België officieel tweetalig). En inderdaad: als we verderop een bospad inslaan, waarschuwt een bord ons in het Nederlands dat we een schietterrein betreden waar op vrijdagavond wordt geoefend.
De man was Franstalig en weigerde Nederlands te leren, een vereiste in het land dat zo dapper poogt de Walen en Vlamingen bij elkaar te houden. Het is nu allang weer rustig in Voeren, maar soms borrelt nog wat Franstalige onvrede op. We steken een snelstromend riviertje over, gaan onder een spoorwegviaduct door en stijgen direct tot grote hoogte als we via het Alsbos de volgende heuvel 'nemen'.
Zoals dat hoort in glooiend gebied, word je beloond met schitterend uitzicht. Lopen we laag, dan genieten we van het kijken naar koeien bovenop een heuvelkam, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht. Dalen we af naar het volgende dorp Sint-Pieters-Voeren, dan zien we de dorpskerk en het kasteel fraai in het dal liggen. Op het terrein van het kasteel worden twee Voerspecialiteiten geproduceerd. Er is een stroopstokerij, waar de kasteelboer in het najaar zoetzure appel- en perenstroop kookt. En in de viskwekerij zwemt het belangrijkste ingrediënt van het gerecht 'Forel op Voerense wijze'. De rivier de Voer ontspringt naast het kasteel en voorziet de kwekerij van ruim 4000 liter vers water per minuut.
Direct na de kerk voert het pad weer omhoog en brengt ons naar Veurs, een gehucht met prachtig gerestaureerde vakwerkhuizen. Hier treffen we ook het enige winkeltje van de Voerstreek, waar je nog meer streekspecialiteiten kunt kopen: het Voerdrupke (zoete sleedoornjenever) en de Woudmeester Keelpastilles (snoepjes met extract van het woudmeesterplantje uit de Voerense hellingbossen). Het bijbehorend terras is bijna altijd open.