Knokke, De Haan, Oostende en Nieuwpoort. Langs de krap 70 kilometer lange Vlaamse kustlijn rijgen de steden en dorpen zich aaneen. Een heel verschil met Nederland, waar de natuur domineert. Toch is de kust van Vlaanderen een fijne bestemming, met natuurgebied Het Zwin, imposante zeehavens en prachtige villa's uit de Belle Epoque. Verslag van een voettocht tussen twee grenzen.
Tot strandpaviljoen de Zeemeeuw ploegen we door het rulle zand. Dan stuiten we op Het Zwin, het Nederlands-Belgische natuurreservaat aan de Zwin-monding. Een obstakel voor kustwandelaars. Bij hoogtij stroomt de zee hier het land binnen en het hart van het natuurgebied is alleen met een gids toegankelijk. In de verte 'lonkt' de hoogbouw van Knokke-Heist, maar wij moeten een kleine omweg maken om daar te komen. We klimmen het duin over bij de Zeemeeuw en volgen een wandelpad langs de hekken van het natuurreservaat. Na de grenspaal komt het pad uit op de Duinstraat, later Kanaalweg. Ter hoogte van restaurant de Witte Koksmuts volgen we een fietspad richting Knokke. We lopen onderaan de dijk, zonder uitzicht op het Zwin. Na ongeveer 1 kilometer komt het pad uit op een verharde weg, de Ooievaarslaan. Dat deze laan niet zomaar een naam kreeg, blijkt al snel: we staan oog in oog met een ooievaar. Die trippelt parmantig in de berm van een parkeerplaats. We zijn hier aangeland bij het Vlaamse deel van het Zwin: de Zwinduinen en -polders. Dit gebied is toegankelijk voor wandelaars en fietsers, zolang je netjes op de paden blijft. We vervolgen de Ooievaarslaan langs een kunstwerk van granieten pilaren, volgen de randen van het natuurgebied en gaan terug de duinen in. Al snel zijn we terug op het strand en wandelen we langs de vloedlijn naar Knokke.
Buiten dat moet je de term 'kustpad' niet altijd letterlijk nemen. Zo slaat het Nederlandse Deltapad in Cadzand-Bad landinwaarts af naar Sluis. Via het Grenslandpad kom je dan op de Vlaamse GR5A-noord (Antwerpen-De Panne). Die route leidt je via een flinke omweg door het binnenland langs Brugge en komt pas bij Nieuwekerke weer aan de kust. Ook daarna maakt de GR5A-noord nog diverse ommetjes landinwaarts. Leuk voor wie meer afwisseling zoekt, minder interessant voor wie dicht bij zee wil blijven. De hier beschreven tocht zoekt tussen Cadzand-Bad en Knokke-Heist een alternatieve route: zo dicht mogelijk langs zee.
Na de Nederlandse kust is de overgang naar de Vlaamse kust groot. Op het kustpad tussen Den Helder en Cadzand overheersen de uitgestrekte natuurgebieden, slechts ter hoogte van IJmuiden en de Rotterdamse haven onderbroken door industrie en scheepvaart. Ook de badplaatsen liggen een eind uit elkaar. Langs de krap 70 kilometer lange Vlaamse kust rijgen steden en dorpen zich aaneen en na het Zwin hebben we het voorlopig gehad qua uitgestrekte natuur. Pas tegen de Franse grens zal de natuur het opnieuw winnen van de bebouwing. In de jaren 1960 en 1970 werd het hier volgebouwd met appartementencomplexen, die een soort muur vormen. Veel gebouwen zijn wel tien verdiepingen hoog en uitgevoerd met grauw beton en (bruin getint) glas.
Ook Knokke geeft meteen haar visitekaartje af, met een kilometers lange rij flats die doorloopt tot Zeebrugge. Toch doe je de kustlijn onrecht als je haar alleen als 'lelijk' omschrijft. Voor de bebouwing loopt een brede wandelboulevard (hier zeedijk geheten), langs terrassen, ijsstalletjes en souvenirwinkels. De stranden zijn breed, schoon en afgezoomd met lange rijen strandhuisjes. Het is er levendig en gezellig. Tussen de flats is regelmatig een (veel lager) monumentaal pand te zien, met ornamenten en versierde balkons. We kopen een ijsje, rusten wat uit op een bankje en wandelen tegen de avond naar de wijk Duinbergen, waar we een hotelkamer geboekt hebben.
Daarna maken we de fout om rechtsaf te gaan. We willen zo snel mogelijk weer aan zee zijn. De weg loopt dood op een pier en we moeten terug. Op de doorgaande weg volgen we daarom maar het tracé van de kusttram. Dat levert de kortste route door Zeebrugge op. We vergapen ons aan de bedrijvigheid en passerende schepen. Aan het eind van het havengebied steken we een drukke weg over, slaan rechtsaf richting zee en komen in een aantrekkelijk en authentiek stukje Zeebrugge. Hier geen lelijke flats, maar mooie oude gebouwen. Vergane glorie weliswaar, maar met karakter. De boulevard eindigt in een strookje groen dat de paar kilometer tot de volgende badplaats Blankenberge overbrugt.
Het beperkte groen roept associaties op met het beroemde gedicht De Dapperstraat van J.C. Bloem: 'En dan, wat is natuur nog in dit land. Een stukje groen, ter grootte van een krant.' We tellen onze zegeningen en wandelen een eindje door de duinen, om via het strand op de zeedijk van Blankenberge uit te komen. Dit is een van de drukste badplaatsen langs de Vlaamse kust, met op en langs het strand kermisattracties, een Sea Life Centrum, een casino en een pier. Maar ook met een Belle Epoque Centrum, mooie villa's uit de 'gouden jaren' voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het is lunchtijd en we strijken neer op een van de vele stijlvolle terrassen. Een glas koude rosé en een bord kaaskroketjes met gefrituurde peterselie. Voor culinaire verwennerij ben je uitstekend af langs de Vlaamse kust. We genieten van het Vlaams dat we om ons heen horen. Men begroet elkaar met 'Ça-va-tjes?', neemt afscheid met 'Saluutjes hé!' En als we na de lunch geld trekken, bedankt de geldautomaat ons met de woorden: 'Beste klant, bedankt om even te wachten'.
Ook Blankenberge heeft een haven. Een kleine weliswaar, met een smalle doorgang naar zee. Maar wel een obstakel voor de kustwandelaar. Er is een voetveer, voor wandelaars en fietsers. Het zet je tussen Pasen en september tegen betaling over (met mooi weer). Het is nu eind mei, prachtig weer, maar de kleine motorboot ligt er verlaten bij. Geen nood, met een kleine omweg langs de jachthaven komen we weer aan zee uit. Ter afwisseling leggen we de afstand tot het volgende dorp Wenduine af over een pad door een smalle strook duingebied. Het is warm vandaag en dus fijn om even in de schaduw te lopen.
Na de drukte van Knokke en Blankenberge is het kleine Wenduine een oase van rust. Aan het eind van de zeedijk stuiten we op een hoog duin. In de verte zien we, als een soort fata morgana in de trillende lucht, onze bestemming van vandaag: De Haan.
Dichterbij trekt een wit huisje met rood dak de aandacht. Het staat bovenop het duin en heet Spioenkop. De naam is afgeleid van spionheuvel. Het is een observatiepost uit de tijd van Napoleon en biedt een panoramisch uitzicht over de omgeving. We volgen een verhard wandelpad tussen strand en duin, eindigend bij een terras. Daarna nog een stukje over het strand en dan klimmen we naar de zeedijk van de 'parel van de Vlaamse kust'. De Haan is charmant en kleinschalig. Hier geen hoge flats, maar laagbouw. De zeedijk is kort en wordt aan beide zijden begrensd door duinen. Het dorp zelf strekt zich achter die groene stroken breed uit, maar houdt daarbij een gemoedelijke dorpse sfeer. Een dorpswandeling is aan te bevelen. De Haan staat vol met Belle Epoque villa's. Een juweeltje is het station van de kusttram, in Art Nouveau stijl. Het staat op de hoek van de Leopoldlaan en Koninklijke Baan. Dit is het enige overgebleven station van de sinds 1886 bestaande kusttramlijn.
kleine boot, maar daarvoor moet je eerst een stuk door het havengebied lopen. Wij kiezen voor een kort ritje landinwaarts met de kusttram. We stappen op bij halte Earth Explorer en rijden 2 haltes mee tot Oostende Station, aan de overkant van waar we opstapten. Vandaar lopen we door de stad terug naar zee. Zo pakken we een stukje historisch Oostende mee. Op de zeedijk passeren we imposante gebouwen als Casino Kursaal en de Venetiaanse Gaanderijen. Het witte casino dateert uit 1950 en is het grootste casino van Europa. De Gaanderijen zijn iets ouder, uit het begin van de 20ste eeuw. Beide gebouwen geven de zeedijk van Oostende een wat statig aanzien.
Voorbij het oude deel van de stad is het grauw als vanouds, met lelijke hoogbouw. Dit duurt voort tot de volgende badplaats, onze bestemming van vandaag: Middelkerke. De treurig ogende flats worden slechts onderbroken door een strook duin die is volgebouwd met kustverdediging: bunkers en schietinrichtingen. Het is inmiddels gaan regenen, wat de omgeving nog monotoner maakt. Bijzonder is wel dat tussen Oostende en Middelkerke de tram langs het strand rijdt en je dus onderweg onbeperkt zicht hebt op zee. Wellicht een oplossing voor de wandelaar die het minder nauw neemt met de te lopen kilometers. Wij trotseren wind en regen en vallen aan het eind van de middag moe en natgeregend neer op onze hotelbedden. Middelkerke biedt weinig bezienswaardigs en we besluiten het hotel vanavond alleen nog te verlaten voor een avondmaaltijd.
Een bekende plaats uit de geschiedenislessen. Hier versloeg het Staatse leger van Maurits van Oranje in 1600 een groot Spaans leger. De Slag bij Nieuwpoort is een van de bekendste gebeurtenissen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), misschien wel vooral door het ronde jaartal. Want het Oranjeleger mag dan met veel vernuft zijn machtige tegenstander verslagen hebben, het einddoel Duinkerken werd nooit gehaald. Juist die plaats wilde Maurits innemen omdat van hieruit kapers het steeds voorzien hadden op Hollandse handelsschepen.
Nieuwpoort werd strategisch gebouwd als vesting aan de monding van de rivier IJzer. De stad had vooral van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zwaar te lijden. Tijdens de Slag om de IJzer (oktober 1914) kwam Nieuwpoort onder vuur te liggen en werd de stad als uiterste verdedigingsmiddel onder water gezet. Er zijn weinig historische gebouwen bewaard gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de stad zich tot badplaats.
Wij lopen tot de riviermonding over het strand en slaan bij de pier links af. Daar kunnen we ons laten overzetten. De riviermonding is smal, je kunt de overkant bij wijze van spreken aanraken. Maar de veerman heeft lunchpauze, ziet het vandaag met het slechte weer niet zitten of wat dan ook. Het bootje ligt eenzaam aan de kade en een informatiebord ontbreekt. We moeten een stukje terug en landinwaarts lopen om bij het traject van de kusttram te komen. Het gebied is Militair Domein en niet overal toegankelijk.
Maar het duurt niet lang of we kunnen bij halte Lombardsijde-Bad opstappen en meerijden tot halte Nieuwpoort-Bad. We zijn daar precies aan de overkant van het water. Na een warme lunch in een druk restaurant (het is zondag en de Belgen gaan massaal 'op' restaurant) vervolgen we onze wandeling, over de zeedijk, over het strand en af en toe een stukje door de duinen. Het weer is opgeklaard en als we in Koksijde-Bad arriveren, kunnen we zowaar in de zon een ijsje eten.
Aan het eind van de middag arriveren we in De Panne, de laatste badplaats voor de Franse grens. Het is er gezellig druk en we horen opvallend veel mensen Frans spreken. Als we echter na het inchecken in het hotel terug aan de zeedijk komen, heeft zich een metamorfose voltrokken. De badgasten zijn en masse verdwenen en veel cafés en restaurants hebben hun deuren al gesloten. Het lijkt ineens laagseizoen. Gelukkig kunnen we nog wel terecht in een Italiaans restaurant.
In de verte zien we de eerstvolgende bestemming van onze Europese kustwandeling: Duinkerken. Maar voor vandaag is de Belgisch-Franse grens het einddoel. Net als in het begin bij Knokke heeft de natuur het dichtbij de grens voor het zeggen. Geen bebouwing meer, maar groen gebied. Tot onze verbazing wordt de grens (mede) gemarkeerd met een Nederlandse grenspaal uit 1819. Na 'Napoleon' werd België in 1815 toegevoegd aan het nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden, iets waar de Belgen zich zo snel mogelijk (in 1830) aan ontworstelden. De grenspaal is gerestaureerd en voor ons een leuk stukje vaderlandse geschiedenis. Na een gepast oponthoud op de plek keren we via dezelfde route terug naar De Panne.
Aan het begin van de bebouwde kom stappen we in de kusttram. Die brengt ons in relatief korte tijd terug naar Knokke, langs het traject dat we de afgelopen dagen te voet aflegden. We stappen uit op het eindpunt van de lijn, bij het treinstation. We hebben weinig zin om het hele stuk terug naar Cadzand-Bad te lopen. Gelukkig kunnen we met buslijn 12, richting het Zwin, meerijden tot de Ooievaarslaan (zie boven). Dan is het nog zo'n 5 km langs de randen van het natuurgebied lopen voor we terug aan de Nederlandse kust zijn.